Even voorstellen: Raoul Cauvin (1)!
Cauvin schreef in zijn beste dagen zo'n beetje het halve blad Robbedoes vol.
Er stond geen gagstrip in, of hij had de tekst wel aangeleverd.
Naast veel gag-strips is Cauvin vooral bekend van zijn lange reeksen Sammy en De Blauwbloezen.
Cauvin gaat één dezer dagen met pensioen en sluit een carrière van dik veertig jaar af, die hij - zoals we verderop in deze Vlooien met Balbo zullen zien - onderaan de ladder begon.

Naast stripschrijver was Cauvin ook stripfigúúr. Hij speelde jarenlang zichzelf (2) in de strip Arme Lampil die voornamelijk over striptekenaar Willy Lambil ging.
Daaronder zie je hem - uitgeput van al het stripfiguren- en verhalen bedenken - geportretteerd door Francois Waltéry voor het album Dossier Cauvin (3).


 

 


Hij was vaker zélf te zien in de Robbedoes, zoals in de Robbedoes Speciaal 81-82.
Bovenlangs de pagina's 125 t/m 145 werd een ministripje opgenomen onder de titel Witte yoghurt.
Het is een parodie op Sneeuwwitje en de hoofdpersoon is Robbedoes' hofleverancier Raoul Cauvin (4)!
In dat stripje komt ook een hebberige uitgever voor. Dat is meneer Dupuis (6), uitgever van Robbedoes!

Daaronder Raoul nog een keer in zijn rol als Cauvin in Arme Lampil (5).

Arme Lampil ging over de tekenaar en scenarist zélf, Lampil de tekenaar staat links, Cauvin rechts.


 

 

 
Striptekenaar Salverius tekende De Blauwbloezen tot zijn overlijden, waarna de strip werd overgenomen voor de hierboven genoemde Willy Lambil.
Salverius had Cauvin al een bijrol gegeven in De Blauwbloezen (zoals je hier en hier kunt zien) en dropt ook Cauvin's naam in het Blauwbloezen-verhaal Voor vijftienhonderd dollar extra... op een trein (7)!


Raoul Cauvin schreef naast De Blauwbloezen in die tijd ook Sammy, dat door Berck getekend werd.
In een fotostrip voor Robbedoes die Balbo vond in het tweede Mulligan-album De zoon van Sjehrazad zie je de auteurs aan het werk (8)...

 

 

 

...Dan weet je hoe ze er uit zien en dat is handig, want in het éérste Mulligan-album New-York 1933 staat een andere Robbedoes-strip afgebeeld - getékend deze keer - waarin de auteurs ook zélf de hoofdrollen vervullen.
Cauvin (9) heeft een moordidee voor een strip die Berck (10) zal gaan tekenen.
Meneer Dupuis - de uitgever-  speelt in het verhaal opnieuw een rol (11) en ontvangt een heel paard in bed (in plaats van het meer gebruikelijke paardehoofd).

 

 

 

Striptekenaar Berck geeft Raoul Cauvin ook een gastrolletje in één van zijn andere stripproducties:
In het derde Lowietje-album Het complot is hij matroos op een schip (12).
Zijn collega zeerob is ook een bekende uit de stripwereld: Het is Guus Slim-tekenaar Maurice Tillieux (13).


 

 

 

Cauvin had al een tijd lang een scenario liggen voor Walthéry. Hij maakte er een spottend stripje over met zichzelf in de hoofdrol (14), dat afgedrukt werd in de vierde integrale Natasja.
Daarin staat ook Cauvin's verhaal Asiel in de ruimte, waar Cauvin de rol van schurk (15) toebedeeld krijgt!



 

 

 


In Natasja's album Luchtspiegelingen is Cauvin opnieuw van de partij, nu als figurant.
Hij zit in Natasja'vliegtuig de krant te lezen (16).
Maar h
ij speelt een grotere rol in het album De blonde engel
, waar hij geheim agent is (17).
De eerst clou krijg je met het boekje dat hij in de trein leest (17); Tuniques Blauw, oftewel De Blauwbloezen.
Wie nog niet overtuigd is checkt even de naam van de bisocoop (18) die Natasja en Betty bezoeken: Cine Cauvin!


 

 

 
Cauvin schreef voor Marc Hardy de langlopende gagreeks G. Raf Zerk over een begrafenisonderner.
Verleidelijk om op al die grafstenen aan namedropping te doen.
Toch gebeurt dat op de voorplaten niet eens zo vaak. Drie keer:
J.B.J. Distel stond op de voorkant van Salto mortale (19).
Joop Distel
was destijds vertegenwoordiger van uitgeverij Dupuis die de G. Raf Zerk-albums uitgaf.
Scenarist Raoul Cauvin sierde de voorkant van Eén, twee, drie, vier, botje van papier (20).
En nogmaals op In dierbare nagedachtenis samen met tekenaar Marc Hardy, deze keer in de vorm van een fotootje (21).
De voorkant was een cut-out. Op de plaats van het fotootje zat een gat in de voorplaat zodat de lezer z'n eigen foto op het schutblad kon plakken.
Of die van iemand die hij de grond in wenste...


 

 

 

In het Suske & Wiske avontuur De sonometer wordt ook Cauvin's naam gedropt.
Professor Tellebol noemt nog de schrijver Broca Cauvinus (23).
Het is een verwijzing naar de namen van stripmakers Broca & Cauvin die samen onder andere het Robbedoes-album De stiltemakers (24) maakten.
Dat album gaat namelijk - net als De sonometer - over een apparaat dat stilte kan maken!

Schrijver Francois Cortegianni heeft verder alle Oosterse striphelden die hij kon bedenken een plekje gegeven in het album.
Zo heet de schurk doctor Takatazara, een naam
waarin die van de Japanse soldaat Taka Takata van Jo-El Azara zit verstopt. De knecht van de kwaadaardige doctor heet Sato (22), naar het beroemde Blake & Mortimer albums De drie formules van professor Sato.


 

 

 

Luis Munuera en BeKa mochten het 65ste album van De Blauwbloezen maken.
Ze geven hun grote voorgangers Willy Lambil en Raoul Cauvin (25) leuke bijrollen in het album.

Na jaren van bouwen aan één van de succesvolste en omvangrijkste reeksen van de Frans-Belgische strip mogen Lambil & Cauvin eindelijk eens iets slopen: ze zijn in De oorlogscorrespondent verantwoordelijk voor het opblazen van bruggen.


 

 

 

Cauvin begon zijn loopbaan bij Robbedoes niet als scenarist. Aanvankelijk liep hij in stofjas over de redactie en was hij reproductiefotograaf. Het duurde enkele jaren voor hij zijn kwaliteiten als scenarist mocht laten zien.
Die stofjas zien we in de Robbedoes oneshot Robbedoes bij de Sovjets (26).
In dat album sleept meneer Dupuis Robbedoes en Kwabbernoot mee naar Meneer R. Die zal hen van technische snufjes voorzien, zoals Q bij James Bond.
De snufjes vallen echter tegen qua techniek en Meneer R. is niemand minder dan Raoul Cauvin, d
e actiefste schrijver van het weekblad Robbedoes...

 

 

 

En dan zijn we nu helemaal terug bij het begin van Cauvin's carrière bij Robbedoes.
Terwijl Balbo in het Guust Flater -album Flaters, floppen en flouzen zat te lezen viel hem ineens op de achtergrond  van gag 723 een bekende figuur op... (27).
Was dat niet Raoul Cauvin (28)? Hij staat inderdaad iets te doen met een reproductiecamera!
Iets verderop werd Balbo's vermoeden bevestigd (29): Guust groet hem als Raoul (Gag 733)!
Cauvin mag in hetzelfde album nog twee keer opdraven: Met kerstversiering (30) op weg naar de lift (Dupuis kerstkaart 1973) en stikkend van de hitte (31) als Guust brood wil rosteren met behulp van de radiatoren (gag 753).

 

 

 

Dat was het voor deze keer, tot in een volgende Vlooien met Balbo,

 

 

Balbo de Strip-Aap